Het aantal vergiftigingen door injecteerbare afslankmiddelen, de zogenoemde GLP-1-agonisten, stijgt zorgwekkend. Het gaat dan vooral om de middelen die online zijn aangeschaft. Het aantal meldingen van vergiftigingen door injecteerbare afslankmiddelen is in 2025 verdubbeld ten opzichte van 2024. Dat blijkt uit het jaaroverzicht van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), onderdeel van het UMC Utrecht.
Meldingen afslankmedicatie
In 2025 kreeg het NVIC bovendien ook de eerste meldingen van afslankmedicatie die nog niet officieel is geregistreerd én van andere (ongeregistreerde) peptiden. Een gevaarlijke trend, waarschuwt intensivist-toxicoloog en hoofd van het NVIC Dylan de Lange. “Steeds meer mensen gebruiken soms dagelijks allerlei vage producten, met alle risico’s van dien. De invloed van social media is behoorlijk groot. In veel gevallen weten mensen zelf niet eens wat ze inspuiten.”
Het aantal meldingen over afslankmedicatie verdubbelde van 76 in 2024 naar 149 in 2025. Bij 40 procent van de meldingen over medicatie uit de groep GLP-1-agonisten (semaglutide, liraglutide en tirzepatide) ging het om gebruik zonder dat er een arts bij betrokken was. In 2025 kreeg het NVIC bovendien 6 meldingen van een vergiftiging door retatrutide, ook wel bekend als ‘Triple G’. Dit middel is in Nederland nog niet geregistreerd als geneesmiddel en kan dus niet worden voorgeschreven door een arts. In de eerste vijf maanden van 2026 stond de teller al op 12.
Middelen kunnen giftig zijn
Ook in de categorie voedingssupplementen en andere leefstijlmiddelen kreeg het NVIC meerdere meldingen van injecteerbare experimentele peptiden, zoals melanotan, body protection compound (BPC-157), selank en GHK-Cu. Verouderingsbioloog Peter de Keizer ontwikkelt in het UMC Utrecht peptiden tegen meerdere ziekten. “Er zijn veel nuttige peptiden, zoals de afslankmedicatie, maar lang niet allemaal. Sommige zijn ronduit giftig”, waarschuwt De Keizer. “Dat er tegenwoordig online links en rechts allerlei peptiden worden aangeboden is zeer gevaarlijk. Wij onderzoeken hoe we mensen kunnen helpen met peptiden, maar voordat peptiden daarvoor geschikt zijn moet eerst hun effectiviteit en veiligheid worden onderzocht. Daarna kunnen behandelschema’s met veilige marges worden vastgesteld. Dat is voor online peptiden meestal niet gebeurd.”
Bron: nieuwsbericht Nationaal Vergiftigings Informatie Centrum, 29 jun. 2026



